Sterk, slim en snel

De ervaringen uit je verleden zoals je plek in het gezin vormen je. Ik ben de oudste van drie met een jongere zus en een broertje dat vanaf heel jong al ‘anders’ bleek. Pas toen hij volwassen werd en het getest is, bleek dat hij autisme heeft. Al vanaf een heel jonge leeftijd, ik denk dat ik vier was werd ik op school en in de buurt gepest omdat ik ‘dik’ was. Op foto’s zie ik dat dat wel meeviel, maar ik ben gaan worden wat men van me vond (dik) en wat er nodig was: sterk zijn, de dingen zelf oplossen, geen hulp vragen. Ik ben niet (meer) boos of verdrietig over dat verleden: de dingen zijn zoals ze zijn, die geschiedenis heb je, zo trof je het aan en het geeft je bepaalde boodschappen mee. Mij gaf het mee dat ik te allen tijden sterk, slim en snel moet zijn. Het is als het ware mijn tweede natuur waar ik op terugval als het wat moeilijker wordt in het leven.

Donderdag hadden we met de coachpool waarin ik zit een scholingsdag. Dit keer over TA (transactionele analyse). Net als het mij bekendere NLP is TA een psychologisch model waarmee je communicatie, interactie kan onderzoeken en eventueel aanpassen. Een van de modellen uit TA is ‘de dramadriehoek’. Mijn favoriete coachmaatje tekent hem vaak als we ergens samen training geven. Het spel dat gespeeld wordt in de dramadriehoek is lekker vertrouwd en veilig. Door het spel te blijven spelen vermijden we iets. We houden bijvoorbeeld de in onze jeugd ontwikkelde beschermingstechniek in stand. Alles blijft zo als het was, we hoeven niets te veranderen. In de driehoek miskent het slachtoffer de eigen oplossingsmogelijkheden, de redder houdt het slachtoffer afhankelijk en vertrouwt hem het niet toe om het zelf te doen en de aanklager denkt zich goed te voelen door de anderen af te wijzen. Ik vond het altijd wel een mooi model om iets over communicatie duidelijk te maken, maar had het nog nooit ‘gevoeld’ als een krachtig instrument.

image

Tot donderdag want toen mocht ik een collega begeleiden bij een oefening en daarmee meevoelen wat de oefening doet. De oefening bestaat er kortgezegd uit dat je van de dramadriehoek naar de winnaarsdriehoek gaat door vanuit een plek waar je je symbolisch bevindt in een gesprek waarin de deelnemers zich bewegen tussen de drie posities in de dramadriehoek, te onderzoeken welke positie je in de naastgelegen winnaarsdriehoek zou kunnen gaan innemen, als je uit dat ongezonde communicatiepatroon stapt.

Ik begreep de oefening in eerste instantie zo dat je van een vast punt in de dramadriehoek (slachtoffer, aanklager of redder) naar een vast punt in de winnaarsdriehoek zou moeten (ondersteunend, kwetsbaar of assertief). Dat slachtoffer standaard bij kwetsbaar hoort, aanklager bij assertief en redder bij ondersteunend telkens de net gezondere variant van bepaald gedrag dus en het klopt inderdaad dat die gedragingen de gezonde variant zijn, maar het ging iets anders:

In deze oefening stond je letterlijk in de dramadriehoek door op een aanduiding van een van de posities op een papier op de grond te staan. Een andere persoon stond op een andere positie, eveneens in de vorm van een papier op de grond. Naast de drie papiertjes op de grond voor de dramadriehoek lagen de papiertjes voor de winnaarshoek. Samen met de ander kon je onderzoeken hoe als jij je bewoog tussen de verschillende posities, de ander ook ruimte kreeg een andere plek in te nemen. In ons geval was die ander symbolisch een client maar je zou je ook alleen in de driehoek kunnen bevinden.

Ik schreef al dat ik van huis uit sterk, slim en snel wil zijn, dus je zal me niet gauw op de slachtofferplek zien. Nee, als een ander me naar mijn idee gaat betuttelen, wil ‘redden’ zal ik me gauw vanuit die plek gaan verplaatsen naar de aanklagersrol en die ander een bemoeial of slechte coach vinden en zal me sterker willen maken dan hem of haar, misschien hem of haar wel in de slachtofferrol willen krijgen. Ik noem het machogedrag.

Ook de reddersrol is me niet vreemd. Ik denk zelfs dat ik vanuit die rol ooit coach ben geworden, maar gaandeweg heb ontdekt dat die rol niet behulpzaam is omdat hij ofwel opstandigheid ofwel slachtofferschap oproept bij de client.

Terug naar de oefening: kortgezegd bewogen coach en client zich van redder (coach) en slachtoffer (client) naar kwetsbaarheid (coach) en assertiviteit (client). Een uitkomst die zowel degene die de oefening deed, als ik als begeleider niet had kunnen voorspellen. Ik ‘dacht’ dat het ‘zo zou horen dat’ de coach zich zou bewegen naar ondersteunend en de client naar kwetsbaarheid maar ‘voelde’ in de oefening dat er iets anders moest gebeuren. De client namelijk liet zich niet door de ‘redder’ in een positie van kwetsbaarheid dirigeren, maar gaf vanzelf heel assertief aan waar ze behoefte aan had. Dat dwong de coach om zichzelf in de kwetsbare positie te zetten. Tijdens de oefening maakte ik deze reis in omgekeerde volgorde al net iets sneller dan mijn client, de collega-coach die in de oefening stond, geheel volgens mijn tweede natuur. Ik merkte namelijk al direct aan zijn symbolische client dat zij zich niet op de plek van kwetsbaarheid liet zetten. En toen moest ik de reis ook vooruit maken met mijn client (de coach dus). Hem vertellen wat er gebeurde met de client en waar hij dus moest gaan staan, zou betekenen dat ik van redder of aanklager ‘mijn slachtoffer’ in de kwetsbare rol zou willen gaan duwen. Dat lukt dus niet. Dus moest ik wel uit mijn betweterige, almachtige positie stappen mijn kwetsbare en dus onbekendere rol in en zo vanuit nieuwsgierigheid en betrokkenheid de collega laten ontdekken welke positie hij kon gaan innemen. Zo stapte ik vanuit kwetsbaarheid over naar ondersteunend, terwijl mijn client, de collega-coach van ondersteunend naar kwetsbaar ging en zo leerde ik weer meer over mezelf.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>