Triggers

Iedere keer als ik mijn dochter’s kamer inloop, moet ik even slikken, want daar staat een grote zak jelliebeans op de tafel naast de deur, die maar niet opkomt. De chips de ze ongeveer een handje per keer eet, eens per week ofzo, moeten daarna ook mee naar boven. Ik ken mezelf en mijn triggers. Geef mij een hand chips en ik wil de hele zak en erger, ben dan ook bijna niet meer tegen te houden om de hele zak razendsnel leeg te eten.

image

Er zijn van die dingen, die weet je gewoon van jezelf als je helemaal eerlijk bent. Dit weet ik en dus deal ik ermee. Niet door mezelf te veroordelen voor dit automatisme want dat brengt me niks. Ik zeg ‘automatisme’ maar ik weet heel goed dat het natuurlijk geen automatisme is. Er is immers iemand die die jelliebeans of chips in mijn mond stopt, en die iemand ben ik gewoon zelf. Ik zou het dus ook kunnen laten. Het automatisme kunnen doorbreken. Maar ik weet dat dat laten heel erg moeilijk is als ik eenmaal begonnen ben. Het eten van deze ‘voedingsmiddelen’ is een trigger voor me. Met die ene hap jelliebeans gaat een hele reeks van gebeurtenissen lopen van eten van die troep tot ‘en nu iets hartigs’ erna. Dat hartigs is meestal kaas. Ook iets dat ik probeer te beperken. Niet slim dus.

Bij chips heb ik een andere reactie. Ik wil gewoon de hele zak.

Op mijn werk geef ik met een collega een workshop waar we de hand met de dominostenen laten zien zoals hierboven en dan vragen hoe je voorkomt dat de stenen omvallen. Iedereen antwoordt dan ‘haal die vinger weg’  en inderdaad ga je een alcoholist niet achter een glas wijn aan tafel zetten ofzo. Als je niet getriggerd wordt, hoeven de dominostenen niet om te vallen. Maar mag mijn dochter dan nooit meer chips? Of ik?

Tuurlijk wel. Een andere manier is namelijk te kijken naar de dominostenen. Waarom vallen die om? Omdat ze zo dicht op elkaar staan dat ze in hun val de volgende meesleuren. Wat maakt dat je van jelliebeans opeens kaas zit te eten? Omdat er een ‘automatisme’ in mijn gedachten zit over ‘na zoet komt hartig!’. Oh ja? Waarom is dat zo? En ook omdat de automatische gedachte ‘dit maakt dan ook niet meer uit’ opeens verschijnt. Dit zijn gewoonte-gedachten. Ingesleten maar niet almachtig. Te stoppen. Tegen te spreken. Om te draaien. En er hoeft niet naar gehandeld te worden.

Ook de gedachte die ik eerder noemde (zie lekker makkelijk! )dat het ‘te lastig’ is, is maar een gedachte. Er zijn allerlei momenten van allerlei dagen waarop het je ‘lukt’ om deze dingen niet te eten. Waarom nu dus niet? Het mag ook best een beetje moeilijk zijn, dat kan je best aan.

Hoe ik met de jelliebeans en de chips omga? De jelliebeans eet ik gewoon niet meer. Gaat mijn hand toch die zak in dan roep ik gewoon keihard STOP tegen mezelf. Chips wil ik wel gewoon kunnen eten. Ze horen bij het samen naar een serie kijken ritueel van mij en mijn dochter. Ik neem dan een bakje, iedere keer hetzelfde soort bakje, niet stiekem opeens de slakom, en laat het daarbij. De zak gaat daarna naar boven. Geen idee waar ze ze verstopt. Zij ook meestal niet meer, trouwens. Werkte dat ook maar voor mij….

Anyway. Dit werkt voor mij. Wat werkt voor jou?

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>